Een bloem is een deel van een plant. Alle planten en bomen hebben bloemen. Er zijn allerlei soorten bloemen: kleine bloemen, grote bloemen, bloemen in trossen, bloemen in bomen. Ze zijn belangrijk voor een plant. In de bloem kunnen de zaden groeien, waaruit nieuwe planten kunnen ontstaan.
Wat is een bloem?
Begrippen (klik om te draaien)
Deel van een plant waar zaden in groeien.
Kleine korrels waaruit een nieuwe plant kan groeien.
Kies het Juiste Woord
In de bloem kunnen de ___ groeien.
Onderdelen van de bloem
Bloemen hebben een stengel en bloembladen. Bloembladen worden ook wel kroonbladen genoemd. In de bloem zitten meeldraden en een stamper. De meeldraden met stuifmeel zijn het mannelijke deel van de bloem. De stamper is het vrouwelijke deel. Binnenin de stamper zitten de eitjes. Als er stuifmeel op de stamper komt, kunnen de eitjes uitgroeien tot vruchten of zaden.
Begrippen (klik om te draaien)
Mannelijke deel van de bloem (maakt stuifmeel).
Vrouwelijke deel van de bloem (heeft eitjes).
Sleep het juiste begrip
Hoe insecten helpen
Veel bloemen hebben mooie kleuren en ruiken lekker. Hiermee lokken ze insecten. Insecten vliegen van bloem naar bloem. Ze zijn op zoek naar nectar. De losse stuifmeel korrels blijven aan hun lijfje kleven. Als ze naar de volgende bloem vliegen, nemen ze het stuifmeel mee. Zo helpen insecten bij de bevruchting van bloemen.
Begrippen (klik om te draaien)
Zoet sap in een bloem waar insecten van houden.
Als stuifmeel op de stamper komt. Daarna kunnen zaden groeien.
Kies het Juiste Woord
Insecten vliegen van bloem naar bloem. Ze zijn op zoek naar ___.
Bestuiving door de wind
Sommige bloemen hebben geen insecten nodig. Hun stuifmeel wordt door de wind verspreid.
Wie of wat verspreidt het stuifmeel?
Van zaad naar plant
Als de bloem bevrucht is, groeien er zaden in de stamper. Uit de zaden kunnen nieuwe planten ontstaan. De zaden kunnen op de grond vallen als de bloem is uitgebloeid. Of ze worden door de wind meegenomen. Soms zitten de zaden nog verstopt in vruchten: dat zijn de pitten in de vrucht.
Begrippen (klik om te draaien)
Groeit uit de bloem (bv. appel) en beschermt de zaden.
De zaden die in een vrucht zitten.
Kies het Juiste Woord
Soms zitten de zaden nog verstopt in ___: dat zijn de pitten.
Eindopdrachten
4. Bij welke plant of boom horen deze zaden/vruchten? Sleep ze naar de juiste naam.
Sleep deze plaatjes:
Plak ze hier:
5. Zoek plaatjes van vier heel verschillende bloemen.
Teken deze bloemen zo precies mogelijk na op een blaadje papier.
Wachtwoord vereist
Voer het wachtwoord in om de antwoorden te zien.
Antwoordmodel
Opdracht 1:
Een goed antwoord bevat dat er zaden in groeien en/of dat daar nieuwe planten uit kunnen ontstaan.
Opdracht 2:
Meeldraden/stuifmeel = mannelijk
Stamper/eitjes = vrouwelijk
Opdracht 3:
Een goed antwoord bevat de volgende stappen: 1. Insect komt naar bloem voor nectar. 2. Stuifmeel plakt aan het insect. 3. Insect vliegt naar volgende bloem. 4. Stuifmeel komt op de stamper van die bloem.
Opdracht 4:
- Plaatje Kastanje → Kastanje
- Plaatje Rozenbottel → Roos
- Plaatje Paardenbloempluis → Paardenbloem
- Plaatje Pinda's → Pindaplant
- Plaatje Appel → Appelboom
- Plaatje Esdoorn (helikopter) → Esdoorn